Opkomstcijfers bij de parlementsverkiezingen in Irak FOTO Twitter
AchtergrondUncategorized

Irak: Stemmen? Nee! Dan ben je medeplichtig!

De historisch lage opkomst bij de parlementsverkiezingen in Irak zijn een signaal aan de politiek: driekwart van de bevolking vertrouwt het politieke systeem niet. En weigert vuile handen te maken: “Als ik ga stemmen ben ik medeplichtig aan criminaliteit.”

Door Judit Neurink

En de grote afwezige was…. de Iraakse jeugd. Die liet het bij de parlementsverkiezingen van zondag massaal afweten in het stemhokje. In plaats daarvan zaten de jongeren als waarnemers op de bankjes in de stembureaus. Toekijken, niet meedoen. Een signaal aan de machthebbers: we vertrouwen jullie niet.

Toen Irak naar de stembus ging voor vervroegde verkiezingen, was vooraf al duidelijk dat het opkomstcijfer laag zou zijn. De overheid en Unami,  de VN-organisatie in Irak, bespaarden geld nog moeite om de Irakezen over te halen te gaan stemmen. Een Iraakse columniste probeerde het met argumenten: De keuze is tussen slecht en nog slechter; toch moet je gaan stemmen, want anders komt er nooit verandering.

Het mocht niet baten. Verslaggevers meldden op verkiezingsdag grotendeels lege stembureaus. Oudere mensen kwamen wel, en meest oudere Koerden in hun traditionele kledij – voor hen is stemmen sinds de val van Saddam een feest van de democratie. Maar de democratie werkt niet in Irak, waar ook deze keer weer stemmen werden gekocht en partijen loyaliteit belonen.

Officieel klikte de officiële Iraakse kiescommissie op opkomstcijfer pas uren na sluiting van de stemlokalen vast op 41 procent. Historisch laag, maar niet zoveel lager dan in 2018, toen het officieel ruim 44 procent was.

Adder

Er zit echter een hele grote adder onder het gras. De kiescommissie neemt het aantal registreerde kiezers als uitgangspunt, en niet de totale kiesgerechtigde bevolking.

En daar zit behoorlijk wat licht tussen. Want dit jaar hadden zich minder kiezers geregistreerd (daar zat al een protestcomponent), en de diaspora mocht niet meedoen. Zet je het af tegen die kiesgerechtigde bevolking, dat kom je uit op zo’n 36 procent, rekende een collega uit.  Bovendien had nog kort voor de verkiezingen zo’n 3 miljoen van degenen die dat wel deed de speciale kaart niet ontvangen die nodig was om ook echt te kunnen stemmen.

Hoe zit dat dan met de lage opkomst die de waarnemers zagen, en de kiesmachines die laat in de dag niet verder dan 20 of 25 procent kwam? Het verschil zit hem waarschijnlijk in het leger en de Koerdische peshmerga die samen met de ontheemden twee dagen eerder mochten stemmen. En van wie wel bijna zeventig procent dat ook inderdaad deed.

In absolute cijfers: 10,8 miljoen van de Irakezen ging in 2018 stemmen; dit keer was dat 9,1 miljoen en dat is een afname van 16 procent. Irak heeft totaal ruim 41 miljoen inwoners, van wie zestig procent onder de 40 jaar. Daarvan zou ruim 22 miljoen zich hebben geregistreerd als kiezer.

Signaal

Waarom is dit opkomstcijfer zo belangrijk? Omdat de lage opkomst een signaal is aan de zittende partijen. De grote meerderheid van de Irakezen heeft geen enkel vertrouwen meer in het systeem dat hen aan de macht houdt. Dat systeem waardoor zij zichzelf verrijken, maar het land, dat toch zo rijk is aan olie, van crisis naar crisis gaat en waar een derde van de Irakezen inmiddels onder de armoedegrens leeft.

En dat aantal van mensen dat niet gaat stemmen neemt toe: ondanks het feit dat er een aangepaste kieswet is, met meer kiesdistricten zodat de band tussen kandidaten en hun kiezers groter zou moeten zijn, kwamen minder mensen hun stem uitbrengen dan in 2018.

De principiële vraag in een democratie is bovendien: kan je nog wel een regering vormen, als die gebaseerd is op zo weinig steun? Die vraag had de vorige keer ook al gesteld moeten worden, toen het opkomstcijfer onder de vijftig procent duikelde. Want als de helft van je stemgerechtigden met hun aanwezigheid aangeeft geen vertrouwen te hebben in de politiek, dan moet je daar als democratische politici naar luisteren.

Het probleem in Irak is natuurlijk dat het in die achttien jaar sinds de val van Saddam Hoessein geen echte democratie is geworden. Dat kost veel meer tijd. En dat buurland Iran van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om haar invloed te laten gelden en de sjiitische meerderheid aan bijna absolute macht te helpen: door partijen te betalen, hun milities op te leiden en hen te helpen overal te infiltreren in het politieke en bestuurlijke systeem.

Boycot

Daarom is er de kiescommissie, die bestaat uit de regerende partijen, zoveel aan gelegen het opkomstcijfer kunstmatig hoog te maken. Want die partijen willen verder regeren. En dankzij de effectieve boycot door zo’n driekwart van de bevolking, zijn de stemmen van hun loyalisten voldoende om dat te garanderen.

Ervaren democraten kennen voorbeelden te over waarom boycots niet werken. In Irak zelf hebben de soennieten dat bij de eerste verkiezingen in 2005 tot hun schande ondervonden: door toen niet te gaan stemmen kwamen zij jarenlang buiten het politieke systeem te staan. Maar veel Irakezen zijn veel te wanhopig om naar die rede te luisteren. In Bagdad was de officiële opkomst het allerlaagst, rond de 32 procent – dus de werkelijke was nog lager.

Er zijn ook hele principiële redenen om niet te willen stemmen. “Als ik ga stemmen, voel ik me een medeplichtige aan een misdaad,” zei een Iraakse zakenman die anoniem wil blijven. En een activist die mee heeft gedaan aan de jeugdprotesten tegen de corruptie zei tegen de Washington Post: “Als we meedoen, zeggen we tegen de moordenaars: ‘OK, we accepteren jullie systeem.’ Dat is een verraad aan alles waar we voor gevochten hebben.”

Proteststemmen

Hoewel in sommige plaatsen de eerste uitslagen aantonen dat de zittende partijen hun loyalisten wisten vast te houden, zijn er ook aanwijzingen dat een deel van de kiezers proteststemmen heeft uitgebracht. In Nasiriya heeft een partij die voortkomt uit de protestbeweging, Imtidad, veel stemmen weten te vergaren.  En in de Koerdische stad Sulaymaniya lijkt New Generation, dat een aantal jaren geleden begon als een protestbeweging van een zakenman tegen de gevestigde partijen, de grootste te zijn geworden.

Al met al zijn het signalen waar democratische politici niet aan voorbij zouden kunnen gaan. De jeugd verliezen, in een ‘jong’ land als Irak, dat moet consequenties hebben. De politiek is nu aan zet. Er moet een regering worden gevormd, en die weet zich dus maar gesteund door een kwart van de bevolking. En de rest daarvan? Die zal zich de komende tijd blijven roeren. De protestborden staan al klaar.

 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Als veel lezers dit doen, kan ik artikelen blijven schrijven over het Midden-Oosten.

Mijn gekozen waardering € -

 

 

Judit Neurink
Judit Neurink is journalist en auteur, en schrijft over Irak en het Midden-Oosten