Zorg overheerst bij de buren van Iran en Israël
Deze keer staan burgers uit Libanon, Syrië en Irak aan de kant en kijken toe hoe Israël en Iran raketten op elkaar afvuren. Maar zelfs al is er leedvermaak, zorg overheerst: hoever gaat dit, hoelang duurt het, en wat is straks de uitkomst?
Door Judit Neurink
Videobeelden van Libanezen die tijdens een bruiloft dansen tegen een achtergrond van overvliegende raketten. Van Syriërs die vanaf een dak onder het genot van een waterpijp het schouwspel van de rakettenregen tot zich nemen.
Deze keer zijn ze toeschouwers, en staan ze niet aan de ontvangende kant van de raketten. Zoals toen Israël Hezbollah op de knieën dwong en haar leider vermoordde. Of toen de Israëliërs in Syrië hoge Iraanse militairen uitschakelden of toen de Russen hele wijken van hun steden platbombardeerden.
Dat hetzelfde nu op grotere schaal in Iran gebeurt, leidt tot gemengde gevoelens in de regio. Zowel Libanon als Syrië hebben veel te lijden gehad van de Iraanse invloed; van het Iraanse beleid om hun landen onderdeel te maken van een sjiitische ‘As van verzet’. Wat er in Libanon toe leidde dat een machtige Hezbollah het land in een financiële crisis stortte. En dat Iran in Syrië de gehate Assad-familie aan de macht hield.
Niemand ontkent dat de dominostenen zijn omgevallen door toedoen van Israël, en dat het zonder niet zou zijn gebeurd. Dat daardoor er van de macht die Iran via zijn proxi’s in Libanon, Syrië, Gaza, Irak en Jemen wist op te bouwen, weinig meer over is.
Opgelucht
Velen zijn dan ook niet rouwig dat Iran er nu van langs krijgt. De meeste mensen zijn echter vooral opgelucht dat ze nu even niet slachtoffer zijn van militair geweld. Behalve dan van de brokstukken van raketten die af en toe boven Syrië uit de lucht worden geschoten. De nieuwe regering in Damascus heeft weinig opties om dat te voorkomen.
Helemaal veilig zijn ze trouwens nog niet, want pro-Iraanse milities proberen vanuit Irak weer in Syrië te infiltreren. En de nieuwe Syrische overheid heeft de afgelopen tijd opvallend veel Iraanse wapenzendingen onderschept die bedoeld waren voor Hezbollah.
Arabische regeringen roepen stuk voor stuk op tot een einde aan het geweld. Maar de Egyptische analist Saad Khiralla noemde de oorlog tegen Iran in een Saoedische krant ‘een service aan de mensheid’. Hij bedankt Israël dat ze de vrije wereld beschermt tegen het bloedige regime dat Syrië, Jemen, Irak, Libanon en Gaza heeft vernietigd.
Voor velen overheerst echter de angst dat een langdurende oorlog tussen Iran en Israël grote gevolgen zal hebben voor de hele regio, zeker als de VS erbij wordt betrokken. Maar er is ook het doembeeld van Israël als de sterkste macht in het Midden-Oosten.
Angst
Vooral in Irak heerst de angst, waar Iran immers sinds de oorlog tegen de terreurgroep ISIS in 2014 werd afgekondigd te kampen heeft met machtige sjiitische milities. De Iraakse premier en minister van buitenlandse zaken hebben direct na het begin van de oorlog een offensief opgezet om Irak daar vooral buiten te houden.
Ze belden binnen 72 uur met maar liefst dertig koningen, presidenten, premiers en ministers van buitenlandse zaken. Ze smeekten Washington om actie tegen de Israëlische agressie en om zich sterk te maken voor een diplomatieke oplossing. Want ze weten in wat voor chaos Irak kan worden gestort als die er niet komt.
De angst is dat Iran gebruik zal gaan maken van de enige proxi’s die ze nog aan de lijnband heeft lopen: de sjiitische milities in Irak. Kataib Hezbollah heeft al aangekondigd dat het Amerikaanse bases en andere doelen in de regio zal aanvallen als de Amerikanen zich in de strijd mengen.
Amerikanen
De Amerikaanse ambassade in Bagdad heeft een waarschuwing doen uitgaan voor aanslagen op Amerikaanse doelen en personen in Irak. Er zijn al aanvallen geweest op het Amerikaanse consulaat in Erbil en de ambassade in Bagdad, al bleef de schade beperkt. Maar het heeft de angst onder de bevolking wel enorm verhoogd.
En aan de grenzen tussen de verschillende landen staan lange rijen van mensen die of wel een land willen ontvluchten, of zich juist bij hun geliefden willen voegen. Want al sinds de eerste oorlogsnacht zijn alle vluchten in de regio gecancelled.
De anti-Amerikaanse gevoelens laaien vooral ook op onder Iraakse sjiieten, van wie velen zich nauw verwant voelen met het buurland. Dat heeft in steden als Bagdad, Basra en Karbala al geleid tot protesten tegen de aanvallen op Iran. De betogers eisen (opnieuw) het vertrek van de Amerikaanse troepen uit Irak.
Koerden
In de Koerdistan Regio van Irak overheerst de angst dat de goede relaties tussen de regerende Barzani-clan en Israël tot wraakacties zullen leiden. Zo werd al eens eerder een villa van een Barzani-getrouwe door Iran gebombardeerd omdat er een Mossad-basis gevestigd zou zijn (wat niet zo was).
Zowel de Koerdische oud-president Massoud Barzani als de huidige, Nerchirvan Barzani, als de premier Masrour Barzani verdwenen gedurende enkele dagen totaal uit het zicht. Om weer op te duiken nadat Israël het grootste deel van de Iraanse raketvoorraad onschadelijk had gemaakt.
Wat behalve de link met Israël ook meespeelt is het feit dat het Iraanse regime de Koerden in eigen land ervan verdenkt zich klaar te maken voor een opstand. Mede daarom heeft het Iraanse leger een groot deel van haar troepen en militaire verraden naar de Koerdische regio verhuisd.
Een deel van de oppositiegroepen zit over de grens in Iraaks-Koerdistan en bereidt zich daar inderdaad voor op het moment dat de tijd rijp voor een succesvolle opstand tegen het gehate regime.
Verzet?
In Iran zelf zijn er ook video’s van jongeren die de rakettenregen op Teheran vanaf een dak onder het genot van popcorn bekijken. En van buurten van de Iraanse hoofdstad waar anti-regeringsslogans tussen de flatgebouwen weerklinken. En er zijn zelfs foto’s op sociale media geplaatst met oproepen aan Israël om toch vooral de kop van de slang af te hakken.
Toch lijkt de oproep van de Israëlische premier Netanjahu aan de Iraniërs dat ze gebruik moeten maken van dit moment waarop hun regering zwak is, niet direct gehoor te krijgen. Menigeen wijst erop dat een door buitenlands ingrijpen afgedwongen regime-change vaak geen succes is. Bovendien zijn velen te druk om zichzelf in veiligheid te brengen voor de aangekondigde grote Israëlische klap op de miljoenenstad Teheran.
Anderzijds is het wel duidelijk dat de aanvallen er niet toe zullen leiden dat Iraniërs opeens massaal achter hun leiders gaan staan – daarvoor hebben die te veel bloed aan hun handen. Ze willen vrede én democratie.
Net als een groep Iraanse mensenrechtenactivisten, onder wie Nobelprijswinnaars Narges Mohammadi en Shirin Ebadi, en filmmaker Jafar Panahi. Ze vragen om een einde aan de oorlog en de aanvallen op burgers, een einde aan het verrijken van uranium door het regime, maar ook om een democratische transitie en een einde van de Islamitische Republiek.
Haat
De 80-jarige mensenrechtenactiviste Mehrangiz Kar noemt de Israëlische aanval onacceptabel onder internationaal recht. Maar neemt het religieus leider Khamenei vooral ook kwalijk dat hij decennialang van Israël een vijand heeft gemaakt.
‘Niemand die ik sprak in Iran staat achter deze aanvallen,’ zei ze tegen The Atlantic. ‘Mensen zijn boos en ze haten de Islamitische Republiek. Maar nu haten ze meneer Netanjahu en zijn militaire beleid waarschijnlijk nog meer.’
Waardeer dit artikel!
Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Als veel lezers dit doen, kan ik artikelen blijven schrijven over het Midden-Oosten.
