Zoeken naar routes om Hormuz te ontwijken
De blokkade van de Straat van Hormuz leidt tot plannen voor alternatieve routes. Die nu opeens kansrijker zijn dan ooit, na de geleden verliezen en het groeiende wantrouwen jegens Iran.
Door Judit Neurink
Het jaar 2026 zou voor de internationale oliemarkt wel eens kunnen eindigen met een overschot, zo meldde Reuters kort nadat de Straat van Hormuz weer openging.
Een verrassend bericht na maanden van wereldwijde zorgen. Met olieprijzen die omhooggingen en de benzineprijzen meenamen, kerosine die wel eens schaars zou kunnen worden met grote gevolgen voor de luchtvaart. Want de Straat van Hormuz was goed voor twintig miljoen vaten olie per dag, of een vijfde van de wereld olieconsumptie, en die was door de oorlog tussen de VS en Israël met Iran zo goed als dicht.
Bijna ieder olievat dat Saoedi-Arabië, Koeweit, Irak, Iran, Qatar en de Verenigde Emiraten exporteerden ging door de nauwe zeestraat. En dat lag nu opeens maandenlang allemaal stil.
Terwijl Saoedi-Arabië, Venezuela en de VS in het gat sprongen en extra olie produceerden en taboe-verklaarde Russische olie opeens weer afnemers vond, zocht Irak wanhopig naar mogelijkheden om haar olie het land uit te krijgen. Samen met Iran zelf had dit land het meest te lijden onder de blokkade. Het verloor zo’n 90 procent van zijn olie-export en bleef zitten met 350 miljoen vaten olie, wat een verlies van bijna 38 miljard dollar betekende.
Schade
De schade was zodanig, dat voorspeld werd dat de Iraakse overheid al snel geen ambtenarensalarissen meer zou kunnen betalen. Terwijl er lange rijen voor de benzinepompen verschenen – want Iran raffineert te weinig voor eigen gebruik. En behalve dat er geen olie inkwam, kon er ook maar mondjesmaat benzine worden binnengebracht.
In dit soort situatie worden mensen vindingrijk. Geen export via de zee? Dan maar via de weg. In plaats in zeetankers in tankauto’s. De Iraakse Koerden gebruikten de truc toen hun oliepijpleiding naar de Turkse haven Ceyhan jarenlang stil kwam te liggen. Hun olie ging naar Iran en Turkije via de weg.
Bagdad koos voor de landroute door Syrië. Zo’n 700 tankauto’s rijden dagelijks de Syrische grens over via twee overgangen: al-Waleed in Anbar en Rabia/Yarubiyah in het noorden. Waarvan de laatste al sinds 2013 dicht was (vanwege ISIS). Vandaar gaat de olie naar Baniyas, Syrië’s haven aan de Middellandse Zee, en vandaar weer per tanker naar Europa.
Probleem is wel dat het volume niet te vergelijken is. In een tankauto past maar een fractie van de olie die een tanker kan inladen. Irak produceert zo’n 4 miljoen vaten per dag die naar de afnemer moeten. Om 50.000 vaten te vervoeren heb je al 1000 tankauto’s nodig die non-stop rijden; een soort pijpleiding op wielen. Geschat wordt dat Irak zo 100.000 vaten per dag naar Syrië stuurt.
Kosten
En dan de bijkomende kosten. Irak betaalt 20-22 dollar per vat om de olie door de woestijn naar de Middellandse Zee te sturen. De zeeroute kost een fractie daarvan. De Syrische regering wordt er 6-13 miljoen dollar per maand beter van. En de ironie hiervan is dat Iran de Straat van Hormuz sloot om z’n vijanden te straffen. En Syrië is er daar één van.
Daarnaast heeft Irak ook nog oliepijpleidingen. Die van Kirkuk naar het Turkse Ceyhan lag lang stil omdat ze beschadigd was tijdens de oorlog tegen ISIS. Er zijn meldingen dat er momenteel weer 250.000 vaten per dag doorheen gaan. Op deze manier en via de weg kon Irak toch maar een klein deel (650.000 vaten per dag) van zo’n olie kwijt.
Het goede nieuws is dat de crisis ertoe leidde dat onenigheid tussen Bagdad en de Koerden over het gebruik van een door de Koerden gebouwde pijpleiding naar Turkije eindelijk werd opgelost. Daarmee zal uiteindelijk 400.000 vaten per dag z’n weg vinden naar Ceyhan.
Alternatieven
Daarnaast leidde de sluiting van de Straat van Hormuz tot plannen voor allerlei alternatieve routes. Een deel daarvan zal zeker worden uitgevoerd om de risico’s van herhaling te voorkomen. En ook omdat het vrijwel zeker is dat Iran binnenkort leges gaat heffen op de doorvaart.
Bovendien wegen de kosten van het creëren van nieuwe pijpleidingen, hoe duur ook, niet op tegen de verliezen die geleden worden door onverkochte olie (alleen voor Irak al: 38 miljard dollar).
Plannen voor een pijpleiding tussen de Iraakse oliestad Basra en het Jordaanse Aqaba (met een capaciteit van 3 miljoen vaten per dag) worden opnieuw tegen het licht gehouden (kosten zo’n 8,5 miljard dollar). Net als een leiding van Basra door Irak en Syrië naar de haven van Baniyas (kosten 4,5 miljard dollar, capaciteit een miljoen vaten per dag).
Pijpleidingen zijn favoriet bij het zoeken naar alternatieven. Saoedi-Arabië belast momenteel zijn pijpleiding naar de Rode Zee maximaal. De Verenigde Arabische Emiraten breiden de capaciteit uit van een leiding naar de Golf van Oman die de flessenhals van Hormuz ontwijkt.
Probleem is dat de pijpleidingen lang niet het volume halen van wat er normaal aan zeetankers door de Straat van Homus gaat. De nieuwe leidingen vanuit Irak naar de Middellandse Zee of de Rode Zee, en vanuit Koeweit door Saoedi-Arabië zouden samen 5 tot 7 miljoen vaten per dag kunnen verwerken.
Spoorlijn
Daarnaast was de blokkade ook aanleiding voor een Turkse-Saoedische principeverklaring om de Hejaz spoorlijn nieuw leven in te blazen. Die spoorlijn zal Saoedi-Arabië via Jordanië en Syrië verbinden met Turkije. Op een later moment kan ze ook met Oman en de Indische Oceaan worden verbonden – als alternatieve route om Hormuz te ontwijken.
Bovendien zijn er de plannen van Irak en Turkije voor de zogenoemde Ontwikkelingsweg, ook al zo’n commerciële corridor tussen Azië, Europa en het Midden-Oosten. En voor de Khalifa-route, die de Emiraten via de Iraakse haven van Umm Qasr over land gaat verbinden met Turkije.
En dan is er het feit dat Iran in de eerste vijf dagen na de opening van de zeestraat al 18 miljoen vaten ruwe olie heeft geëxporteerd. En die olie wordt met een forse korting verkocht. Dat moet de olieprijs wel doen kelderen. Jammer voor de Amerikanen, Saoedi’s en Venezolanen, die vooral van de hogere prijs profiteerden. Maar ook voor alle landen die door de blokkade flinke verliezen leden.
Drukmiddel
Er zijn meerdere oorlogen gevochten over de zeestraat. De jongste blokkade en de dreiging van Iraanse leges maakt het steeds noodzakelijker en aantrekkelijker om alternatieve routes te creëren.
Zeker omdat Iran al heeft laten zien dat het in de Straat van Hormuz de komende tijd denkt te blijven gebruiken als een drukmiddel in de onderhandelingen met de Amerikanen. Dat wordt voor veel olieproducerende landen simpelweg te duur.
Waardeer dit artikel!
Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Als veel lezers dit doen, kan ik artikelen blijven schrijven over het Midden-Oosten.
