Brandende olietanker bij Basra na aanslag door pro-Iraanse militie FOTO TWITTER/X
AchtergrondNieuws

Wat houdt Irak bijeen onder de bommen van Iraakse milities?

De aandacht van de wereld gaat in de Iran-oorlog vooral uit naar de stijgende olieprijzen, maar de ontwrichting in Irak is zeker zo ingrijpend. Iraaks-sjiitische milities bestoken hun Koerdische landgenoten, bombarderen hotels en olie-installaties. Kan een toch al niet zo stabiele staat dat wel overleven?

Door Judit Neurink

Bagdad zegt dat het neutraal is in de oorlog die wordt uitgevochten tussen Teheran en Israël/VS. Maar de werkelijkheid is een andere. Teheran heeft grote invloed in het buurland. Het bepaalt wie er de macht heeft, zowel politiek als militair.

Het politieke proces ligt al sinds de verkiezingen stil omdat de door Iran goedgekeurde premier op een Amerikaans veto kon rekenen. Bijna de helft van de Iraakse bevolking voelt ook niets voor een terugkeer van Nouri al-Maliki, die verantwoordelijk wordt gehouden door de opkomst van de terreurgroep ISIS en zijn falen om die tijdig onschadelijk te maken. Maar Teheran meende dat hij door dat beschadigde imago makkelijk te sturen zou zijn.

De erfenis van de strijd tegen ISIS vormt een probleem in Irak. De Iraanse milities die toen ontstonden, worden nu door Defensie in Bagdad betaald – maar zijn loyaal aan Iran. En zij hebben sinds het begin van de oorlog honderden raketten en drones afgevuurd – vooral op doelen binnen Irak. Waarvan meer dan driehonderd op de Koerdistan Regio, met zes doden en 35 gewonden tot gevolg.

Doelen

De aanvallen zijn vooral gericht op Amerikaanse doelen: het consulaat, de basis bij Harir die het Amerikaanse leger gebruikt in de strijd tegen ISIS, de kleinere basis op het vliegveld van Erbil. En alleen daar werkt het (Amerikaanse) afweergeschut en worden drones en raketten uit de lucht geschoten. Al veroorzaken brokstukken ook schade, elders in de regio is zonder dit soort bescherming de schade groter. En zelfs hotels en het consulaat van de Emiraten in Erbil zijn doelwit. Iedere oproep van de Koerden om een einde te maken aan de aanvallen valt in Bagdad op dove oren.

Op het vliegveld van Erbil is de anti-ISIS-coalitie gelegerd, en bij het bestoken daarvan is een Franse militair omgekomen. Als gevolg daarvan hebben de Fransen hun militairen er weggehaald, gevolgd door de Italianen. Waarmee de strijd tegen ISIS dus ook slachtoffer is geworden van de oorlog in Iran – terwijl dat land zichzelf in 2014 nog beschouwde als de grootste vijand van de terreurgroep.

Het is ingewikkeld als Irakezen andere Irakezen bestoken, zonder dat de regering in Bagdad daar iets tegen onderneemt. Als militairen die in dienst zijn en betaald worden door het Iraakse ministerie van Defensie gehoor geven aan een oproep van buurland Iran. Bagdad verklaart dat het niet in de oorlog wil worden gerommeld, maar uiteindelijk is ze dat allang.

En zelfs als dat niet zo is, dan zitten er in Bagdad politici aan het roer die hun positie aan Teheran hebben te danken. Of die zich niet sterk durven te maken tegen de milities uit angst voor de gevolgen. Daardoor kunnen die vrij straffeloos hun gang gaan, zoals recent bleek bij de moordaanslag op vrouwenrechtenactivist Yanar Mohammed in Bagdad. Net als bij eerdere, vergelijkbare aanslagen op critici van de sjiitische krijgsheren en de aan hun gelieerde politici, gaan de daders vrijuit.

Onder druk

De toch al moeizame verhouding tussen de sjiitische heersende klasse in Bagdad en de Koerden komt met de aanvallen verder onder druk te staan. De Koerden weigeren zich neer te leggen bij maatregelen uit Bagdad die hun rechten aantasten die zijn vastgelegd in de grondwet van 2005. Ze zijn herhaaldelijk onder druk gezet door opschorting van de uitbetaling van hun wettelijk deel van het Iraakse budget, waardoor Koerdische ambtenaren steeds weer maandenlang zonder salaris gingen.

Onthoud deze achtergrond. Want de olie-misère gaat natuurlijk ook aan Irak niet voorbij. Sterker nog, het land is voor het leeuwendeel van zijn overheidsbudget afhankelijk van het zwarte goud. Dat vooral via de Straat van Hormuz wordt uitgevoerd. En die stroom ligt stil omdat Iran de Straat gebruikt als drukmiddel tegen de VS en er geen olietanker doorheen komt. De Iraakse minister van Olie vraagt Teheran om een uitzondering, maar de vraag is wat dat oplevert met de mijnen die Iran in de Straat heeft gelegd.

Er is een pijpleiding die via Kirkuk naar Syrië loopt, maar die is in de oorlog tegen ISIS beschadigd geraakt, en passeert bovendien Koerdisch gebied. Al jaren wordt er gesproken over een leiding van Basra naar Aqaba, door Saoedi-Arabië, maar die is er door allerlei politieke onenigheid nooit gekomen. Wat overblijft is olie per tankauto via Syrië en Jordanië naar afnemers te vervoeren.

Dat is niet ideaal, en tankauto’s alleen kunnen nooit voorzien in de normale Iraakse export van 4,4 miljoen vaten per dag. Dus viel het oog van Bagdad op de oliepijpleiding die de Koerden hebben aangelegd naar de Turkse haven Ceyhan, waarmee ze jarenlang hun eigen olie hebben geëxporteerd, tot Bagdad daar een stokje voor stak.

Middelvinger

Nu zien de Iraakse politici die pijpleiding als hun redding. Dus eisen ze van de Koerden dat die daaraan meewerken. En gezien alle bovenstaande is het niet heel verwonderlijk dat ze de middelvinger kregen. Een nette, diplomatieke in de vorm van voorwaarden, maar toch een middelvinger.

Bovendien kunnen de Koerden zelf de pijpleiding al even niet gebruiken: vanwege de aanvallen van sjiitische milities hebben de oliebedrijven in de regio de productie voorlopig stilgelegd.

Dat is een ander punt: Iraakse milities bedreigen de belangrijkste inkomensbron van hun eigen land. Met de aanvallen op olie-installaties – en niet alleen in Koerdistan, ook in het zuiden van Irak, en zelfs op tankers die bij Basra volgeladen klaarlagen. Omdat er een buitenlandse connectie is, wordt als reden opgegeven. En een aanval op het beroemde Rachid Hotel in Bagdad zou ook gaan om de buitenlanders die daar verbleven.

Met andere woorden: de milities zijn een oncontroleerbare macht binnen Irak geworden, wat sommige mensen er al toe brengt te denken dat Iran bezig is met een ‘soft coup’ in Irak, om het buurland te kunnen gebruiken en de oorlog voort te zetten.

Onthoofden

Inmiddels proberen de VS in navolging van het beleid voor Iran de Iraakse milities te onthoofden. Met verschillende bombardementen zijn leiders van de meest pro-Iraanse milities gedood. Wat van officiële zijde in Bagdad leidt tot protesten tegen ‘terroristische aanvallen’, terwijl het geweld van de eigen milities hooguit als ‘crimineel’ wordt veroordeeld.

Nog even afgezien van de schade aan de infrastructuur van de oliewinning, is Irak als staat in gevaar. Na Saddam Hoesseins val kwam er een samenwerking tussen sjiieten, soennieten en Koerden, die aanslagen van Al-Qaida, een burgeroorlog en een bezetting door ISIS overleefde. En succes boekte met de wederopbouw.

Kan die toch al niet zo stabiele constructie deze nieuwe klap overleven? En zelfs als dat lukt, ligt in de woede en frustratie over de acties van een van drie spelers dan niet de kiem voor een nieuw conflict?

En als het niet lukt, valt Irak dan alsnog uit elkaar – aangezien Koerden en soennieten nooit akkoord zullen gaan met een status als vazalstaat van Iran, hoe verzwakt dat wellicht ook is? In een sjiitische vazelstaat, een Koerdische en een soennitische staat? Het is twintig jaar geleden al voorspeld en toen afgewezen. Maar is er nog genoeg dat Irak bijeenhoudt, als de ene groep bommen gooit op en angst zaait onder de andere?

 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Als veel lezers dit doen, kan ik artikelen blijven schrijven over het Midden-Oosten.

Mijn gekozen waardering € -
Judit Neurink
Judit Neurink is journalist en auteur, en schrijft over Irak en het Midden-Oosten