Syrië’s president Al-Sharaa bij VN: breuk met verleden compleet?
Voor het eerst in bijna zestig jaar sprak een Syrische president de Algemene Vergadering van de VN toe. Maakt Syrië daarmee echt een breuk met zijn gewelddadige verleden? En komt Ahmed al-Sharaa op het lijstje van terroristen die gerespecteerde leiders werden en een Nobelprijs verdienden?
Door Judit Neurink
Zal de Syrische ex-president Bashar al-Assad een rolberoerte hebben gekregen toen hij zag hoe Ahmed al-Sharaa deze week als de eerste Syrische president in bijna 60 jaar de Algemene Vergadering van de VN toesprak? De man die hem uiteindelijk na dertien jaar burgeroorlog uit de macht en naar Moskou wist te verjagen? Die wél geaccepteerd is door de wereld die Assad had uitgekotst vanwege diens gewelddadige regime en foute allianties?
Deze man, die in New York handen schudde met tal van wereldleiders, onder wie Trump en Macron, maar die door velen nog met wantrouwen wordt bezien omdat hij zijn actieve leven begon bij Al-Qaida in Irak? Die een strijdersnaam had en een goede relatie met ISIS-leider Al-Baghdadi, tot hij weigerde zijn Syrische Nusra Front in ISIS te laten opgaan. Die een Amerikaans losgeld van tien miljoen dollar op zijn hoofd had staan vanwege het leiden van een terreurbeweging, maar uiteindelijk het Assad-regime wist te beëindigen.
Zijn Afghaanse hemden en sjaals en zijn militaire kloffie heeft hij ingeruild voor kostuums, die in de loop van de tien maanden dat hij nu in Damascus de baas is een steeds betere pasvorm hebben gekregen. Met stemmige stropdassen en een bijgeknipte baard. En een gehoofddoekte vrouw die hem soms begeleidt, en toen ze haar universitaire bul haalde stond hij daar in Damascus trots bij te glimmen. Dat laatste is bepaald niet gebruikelijk onder islamitische leiders in de regio.
Aanpassen
Het zijn signalen dat Al-Sharaa zich zodanig probeert aan te passen dat hij acceptabel is voor het Westen, waar Syrië de meeste steun voor de wederopbouw van verwacht. En dat werkt. Zelfs de Italiaanse premier Meloni toonde zich van hem gecharmeerd toen ze in New York in gesprek gingen. EU-voorzitter Ursula von der Leyen was al om. En de Amerikaanse oud-generaal Petraeus, die hem ooit als Al-Qaidastrijder in Irak gevangenzette, toonde zich nu in een publiek vraaggesprek zijn grootste fan.
Net als Al-Sharaa’s ontmoetingen in de dagen ervoor, was zijn toespraak tot de VN gericht op het geruststellen van de wereld. Economisch herstel staat voorop, Syrië is er voor alle Syriërs, er komt geen islamitische staat, er moeten goede relaties zijn tussen Syrië en de VS. En zelfs een akkoord met Israël is mogelijk, daar wordt over gepraat; maar dan moet Israël wel land teruggeven die het na de val van Assad veroverde. Maar vooral ook: we moeten geen oorlog meer willen.
Een pragmatisch islamist, zo wordt hij wel omschreven, al heeft Al-Sharaa zelf een hekel aan dat woord, omdat het in het Arabisch een negatieve connotatie heeft. Voor mensen die hem de doden tijdens de burgeroorlog en het islamitische regime in Idlib verwijten heeft hij vooral de verklaring dat hij onderdeel was van een tijdperk en een proces. ‘Natuurlijk heb ik fouten gemaakt.’ Maar hij heeft geen bloed aan zijn handen, bezweert hij.
Opvallend was ook de gezamenlijke verklaring die de Syriërs in New York met Oekraïne tekenden om de diplomatieke betrekkingen tussen de twee landen te herstellen. Landen die slachtoffer zijn (geweest) van Russische bommen en agressie, die beloofden hun relaties te herbouwen op basis van respect en vertrouwen. Niemand had het over de kleine 2000 Syriërs die aan Russische zijde hebben gevochten (en vermoedelijk merendeels gesneuveld).
Thuis
Anderzijds heeft Al-Sharaa thuis een probleem. Tenslotte komt hij voort uit een cultuur van moslimstrijders die veelal de meest strenge vorm van hun geloof aanhangen. Die ze liefst opleggen aan al hun landgenoten, waardoor hun overgang van strijder naar soldaat in het Syrische leger niet soepel verloopt – wat ook bijna niet kan. Bij conflicten met minderheden (Alevieten, Druzen) in post-Assad Syrië gaan ze steeds weer buiten hun boekje.
Zelf benadrukt Al-Sharaa dat hij niet alleen tegen zijn aanhangers spreekt, maar tegen het Syrische volk. ‘Er is geen verschil tussen aanhanger en tegenstander. We zijn een volk en we moeten opstaan en Syrië samen weer opbouwen, hand in hand.’
Hoe kijken zijn aanhangers echter aan tegen een leider die zich in een westers pak hult en handen schudt met dezelfde mensen die zij jarenlang als hun vijanden hebben beschouwd (en waarschijnlijk nog). Is hij nog wel hun leider? Vergeven ze het hem omdat hij hen aan de macht heeft geholpen? Maar hoe lang nog, voordat het botst met de islamitische waarden waarvoor ze hun leven hebben gewaagd en kameraden hebben zien sterven?
Zien zij, dat hij het voorbeeld is van het feit, dat het breken met Al-Qaida zichzelf afbetaalt? Dat zij een heel andere ontvangst in Damascus hadden kunnen verwachten, als hun groep nog aan het terreurnetwerk gelieerd was geweest? Ook al zijn er genoeg tegenstanders die hun vroegere banden met Al-Qaida en ISIS tegen hen blijven gebruiken, vanuit de overtuiging eens een terrorist, altijd een terrorist. Anders dan de genoemde groepen heeft Al-Sharaa echter de focus vernauwd van (vechten voor de islam in) de wereld naar Syrië.
Koranvers
Het zal echter niet voor niets zijn dat Al-Sharaa een vers uit de Koran in zijn toespraak gooide. Eentje die bovendien islamitische strijders een reden geeft voor hun strijd, omdat ze gaat over de onontkoombare overwinning van de waarheid (de hunne, natuurlijk). Saruh Al-Israh 81: ‘De waarheid is gekomen en de leugen is verdwenen. Want de leugen was gedoemd te verdwijnen.’
Want stabiel is Syrië nog lang niet, met al die verschillende groepen die elkaar bestreden hebben voor ze zich lieten overhalen samen te werken. Met al die verschillende gradaties van pragmatisme, en de verschillen in opvatting ook onder jihadisten. Dat vraagt om stuurmanskunst. Maar daarmee is het ook de vraag, wat er met Syrië gebeurt als Al-Sharaa iets zou overkomen, wat in een dergelijke omgeving bepaald niet ondenkbaar is.
Anderzijds kennen we allemaal de voorbeelden van anderen die van verzet (terreur) naar macht gingen en zich staande hielden. Er beginnen vergelijkingen met Fidel Castro de ronde te doen, en historische met (de Atheense staatsman en generaal) Alcibiades en Willem de Veroveraar.
Dichter bij huis had de latere Israëlische premier Menachem Begin ook eerst het stempel van terrorist, net als Yasser Arafat en Nelson Mandela (alle drie zijn latere Nobelprijswinnaars). De geschiedenis zal moeten uitwijzen of Ahmed al-Sharaa zich staande weet te houden in een wereld vol afgunst, onmin maar ook arrogantie en ijdelheid. En of al die mensen die roepen dat hij toch een terrorist blijft, ongelijk zullen krijgen.
Waardeer dit artikel!
Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Als veel lezers dit doen, kan ik artikelen blijven schrijven over het Midden-Oosten.
