Nieuw hoofdstuk voor Koerden in Syrië – wie wint erbij?
Voor de Koerden in Syrië is zojuist een nieuw hoofdstuk begonnen. Hun belangrijkste leiders kregen posities die tot invloed kunnen leiden in het Syrische landsbestuur. Maar krijgen zij ook de kans om de veranderingen door te voeren die nodig zijn?
door Judit Neurink
Is het een overgave, of een strategische zet? Koerden zijn hevig verdeeld over de jongste ontwikkelingen in Syrië, waar belangrijke stappen zijn genomen om het Koerdische bestuur en leger van wat de semi-autonome Koerdische regio was te integreren in het Syrische systeem.
Mazloum Abdi, de opper chef van de Syrische Democratische Troepen, de SDF, kondigde deze week de opheffing van die troepen aan. Keurig in het pak in plaats van uniform, in het Volkspaleis in Damascus, sprak de (ex-)generaal in het Arabisch en Koerdisch tot een kleine groep mensen. Hijzelf is inmiddels benoemd tot adviseur van de Syrische president Al-Sharaa. De belangrijkste vrouw in het Koerdische bestuur, Ilham Ahmed, krijgt een zetel in het Syrische parlement.
Bovendien tekende de Syrische president een decreet om te regelen dat de Koerdische taal wordt opgenomen in het Syrische onderwijs. In gebieden waar Koerden wonen komt er wekelijks drie keer een uur les in het Koerdisch, naast het Arabisch en Engels. Voorheen was alle onderwijs in de Koerdische regio vrijwel geheel in het Koerdisch.
Negatief
Terwijl President Nechirvan Barzani van de Koerdistan Regio in Irak de ontwikkeling verwelkomde als ‘een nieuwe fase in Syrië’, lieten veel Koerden zich er negatief over uit. Ze vonden de banen die Abdi en Ahmed in Damascus hebben gekregen maar niets, en houden vast aan onderwijs dat geheel in het Koerdisch wordt gegeven. Het probleem met dat laatste is dat Syrische Koerden dan niet naar de universiteit kunnen – alleen buurland Iraaks Koerdistan heeft hoger onderwijs in het Koerdisch.
Dat de Koerden hun zelfbestuur in Syrië zijn kwijtgeraakt is een verlies. Maar dat zelfbestuur stond al onder enorme druk, met name van Turkije dat al een grenszone van hun regio had bezet. Nu is bekendgemaakt dat grensovergangen die al jaren gesloten zijn tussen Syrisch en Turks Koerdistan, weer opengaan; zoals die tussen Nusaybin en Qamishli. De Semalka-grens met Iraaks Koerdistan wordt een officiële grens op het moment dat Damascus een consulaat opent in Erbil. En het vliegveld van Qamishli gaat weer open voor binnenlandse en Europese vluchten.
Dat heeft alles te maken met het feit dat de afgelopen maanden meer dan 20.000 Koerdische ambtenaren uit de Syrisch-Koerdische instituties zijn ingestroomd in het Syrische overheidsapparaat. Daarmee is Damascus dus weer de baas in Koerdistan.
Onderdeel
In januari erkende Damascus al officieel dat de 2,5 miljoen Syrische Koerden een ‘essentieel en authentiek’ onderdeel vormen van het Syrische volk. Dat er na elf jaar een eind komt aan de SDF (met zowel Koerdische als Arabische strijders, opgericht voor de strijd tegen de islamitische terreurgroep ISIS) is onderdeel van de vervolgafspraken op basis daarvan.
De hoge SDF-commandant Sipan Hemo is nu onderminister van defensie. De meeste SDF-militairen zijn al opgenomen in het Syrische leger. Daarbij zijn vier brigades gevormd om de Koerdische steden te beschermen; de Koerdische militairen blijven in hun eigen regio.
De Koerdische strijders van de YPG zijn erkend als een antiterreureenheid binnen de Syrische Veiligheidstroepen. Voor de Vrouwenbrigade daarvan, bekend van de strijd tegen ISIS, wordt overwogen of ze als eenheid kunnen worden ondergebracht bij het Syrische ministerie van Binnenlandse Zaken – want binnen Defensie is geen plek voor vrouwen, is hen gezegd.
Droom
De Koerden verloren hun droom van een autonome regio in Syrië. En als het na deze week alleen blijft bij het opheffen van de SDF, terwijl de Koerdische politieke en grondwettelijke rechten niet geïmplementeerd worden, dan hebben ze inderdaad heel veel verloren. Maar als deze rechten in de grondwet vastgelegd worden en de Koerdische kaders stevig geïntegreerd raken in de staatsinstituties, dan kunnen ze hun eigen rol spelen in Syrië.
En het garanderen van die rechten – waarvan Koerdisch als een officiële taal een belangrijk onderdeel is, betekent al een duidelijke breuk met de Assad-tijd. Toen was er een Arabiseringsbeleid in de Koerdische gebieden, was de taal verboden, waren tal van Syrische Koerden statenloos en werd Koerden hun grond afgenomen. Het is al een hele vooruitgang dat Koerden een rol hebben in het (staats)bestuur, dat de president een adviseur voor Koerdische zaken heeft en het parlement een parlementariër die zich met name met die Koerdische rechten gaat bezighouden.
Voor degenen die beweren dat de uiteindelijke winnaar president Al-Sharaa is – die verwijs ik naar het feit dat de Druzen in Syrië het hele proces met argusogen volgen. Als er met de Koerden vergaande afspraken kunnen worden gemaakt en uitgevoerd, dan geldt dat wellicht ook voor hun groep? Al is die nog meer verdeeld dan de Syrische Koerden, met een populaire sjeik die zijn achterban voorhoudt dat Druzen ‘een ondeelbaar onderdeel van Israël zijn’.
Wapens
Een erkend voordeel van de afspraken is het feit dat de Koerden niet meer naar hun wapens hoeven te grijpen om gehoord te worden. Dat doen de Druzen nog wel. En hoewel menige Koerd de strijd als de enige weg ziet naar bevrijding, zijn er ook die hun broeders erop wijzen dat hun mentaliteit om zichzelf altijd als slachtoffer te zien, politiek gezien totaal destructief is. Anderen wijzen erop dat de nieuwe positie van de Koerden in bestuur en leger hen juist van nieuwe kansen voorziet om hun rol in Syrië uit te breiden.
Om met mijn vroegere tolk Mohammed Salih te spreken, die nu Senior Follow is bij de denktank Foreign Policy Research Institute, ligt de bal nu in Al-Salaa’s kamp. Daarbij gaat het volgens Salih om drie hoofdpunten: het recht van de Koerden in Syrië om hun taal te gebruiken in het onderwijs, en niet alleen een paar uur per week; Koerdisch zelfbestuur in eigen gebieden en Koerdische deelname in het bestuur in gemengde gebieden; en een proportionele Koerdische vertegenwoordiging in de nationale instituties in Damascus.
Daar zijn we nog lang niet. Maar ik ben het met Salih eens dat Al-Saraa wel eens de man zou kunnen zijn om dat voor elkaar te krijgen in een gecompliceerd land als Syrië. Omdat hij zelf een soenniet is is er minder kans op soennitische tegenstand tegen Koerdische rechten; en omdat hij een islamist is lijkt Arabisch nationalisme (dat Koerden uitsluit) geen gevaar. En hij weet dat hij het goede voorbeeld van de Koerden nodig heeft voor de Druzen – en om de destabiliserende invloed van Israël te beperken.
En dan: wat was het alternatief voor de Koerden in Syrië? Voor iemand als Mazloum Abdi? Een soort Hamas vormen, met het risico om de eigen bevolking op te offeren voor een droom?
Partners
Kortom, alle nadelen terzijde: feit is dat de Koerden nu als partners worden behandeld, in plaats van als gasten of zelfs vijanden, zoals onder het Assad-regime het geval was. En dat gaat toch al veel verder dan het proces van de Koerden in Turkije na de opheffing van de PKK. Of het een succes wordt, is nog allerminst zeker. Maar gezien de jaren van staatsterreur, regionale rivaliteit, burgeroorlog en de botsing van grote buitenlandse machten in Syrië, is dit misschien voorlopig gewoon de beste uitkomst.
En als laatste waarneming: stemt het feit dat van de vijfkoppige delegatie waarmee Mazloum Abdi bij de Syrische president was drie leden vrouwen waren, toch niet tot optimisme? Waar Al-Sharaa’s Damascus vooral een mannenbolwerk is, houden de Syrische Koerden vast aan hun principes – ook in de nieuwe situatie.
Waardeer dit artikel!
Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Als veel lezers dit doen, kan ik artikelen blijven schrijven over het Midden-Oosten.
