De ontvoerde Venezolaanse president Maduro met de Iraanse president Ebrahim Raisi FOTO X/TWITTER
AchtergrondOpinie

Acties tegen Venezuela en Iran schenden internationaal recht

De Amerikanen ontvoeren de Venezolaanse president Maduro. Ze bereiden een nieuwe aanval voor op Iran; wellicht ook een ontvoering van de geestelijk leider. Maar kan dat eigenlijk zomaar? Hoe wenselijk ook misschien, maar internationaal recht doet ertoe.

Door Judit Neurink

De connectie is makkelijk gelegd. Op 3 januari 2020 maakten Trumps drones een einde aan het leven van de Iraanse generaal Qasem Soleimani. Zes jaar later, ook op 3 januari, ontvoerden zijn mensen de Venezolaanse president Maduro uit zijn beveiligde onderkomen in Caracas.

Maar zo’n relatie is er ook met andere momenten van Amerikaans ingrijpen. Foto’s van een geblinddoekte en geboeide Maduro werden al snel vergeleken met die van de Iraakse president Saddam Hoessein nadat de Amerikanen hem uiteindelijk hadden gevonden en opgepakt. Het eigengereide optreden van de VS in 2003 in Irak wordt ook vergeleken met dat in Venezuela, allebei zonder dat de VN ermee akkoord ging, allebei even illegaal.

Maduro was een corrupte boef, en dat gold ook voor Saddam. Maakt dat het minder erg dat het in strijd is met het internationaal recht? Of maakt dat de kans op succes in de periode erna groter? De VS hebben aangekondigd dat ze het bestuur in Venezuela voorlopig over willen nemen; in Irak leidde dat binnen een paar maanden al tot gewapend verzet (en uiteindelijk tot de opkomst van de radicale groep ISIS).

Dus zelfs al is een meerderheid van de onderdanen blij met het verwijderen van een dictator (zowel Saddam als Maduro zaten er bovendien zonder echt mandaat), dan nog willen ze niet dat een buitenlandse mogendheid hen vertelt wat ze moeten doen.

Khamenei

En daarmee kom ik bij de waarschuwing die president Trump via diplomatieke kanalen naar de Iraanse leider Khamenei schijnt te hebben gestuurd, nadat hij had beloofd op te komen voor de Iraanse demonstranten als die met geweld zouden worden geconfronteerd.

De Iraanse geestelijke leider is volgens onbevestigde berichten  gewaarschuwd om zich over te geven of een veilige aftocht te accepteren. Terwijl er de afgelopen dagen bij zijn pogingen die opstand, die nu heel Iran beslaat, met geweld neer te slaan tientallen doden en nog veel meer gewonden zijn gevallen.

Een deel van de protesten richt zich direct op Khamenei, met oproepen tot zijn vertrek en het in brandsteken van zijn foto’s en posters. Er zijn berichten dat de ayatollah een noodplan heeft om Teheran te verlaten en vermoedelijk naar Moskou te vertrekken als het echt uit de hand loopt. Met alleen zijn meest vertrouwde volgelingen; een aftocht die doet denken aan die van de Syrische president Assad van ruim een jaar geleden.

De 86-jarige Iraanse geestelijk leider lijkt in toenemende mate geïsoleerd te zijn; zijn recente uitspraak waarbij hij beloofde hard op te treden tegen de vijand heeft hem bepaald niet populairder gemaakt. Algemeen wordt dat gezien als een teken hoe hij zijn eigen volk ziet.

Systeem

Tegelijkertijd is het belangrijk om vast te stellen dat het Iraanse regime geen gemiddelde dictatuur is. Niet alleen is zij geënt op de religie, maar belangrijker is nog dat er niet slechts één allesbepalende leider is. De grootayatollah mag dan machtig zijn, maar in 1979 is er een systeem opgezet dat uitgaat van verschillende commissies van religieuze mannen die samen de macht bepalen. Waarbij dit systeem en de economie bovendien totaal vervlochten zijn; de macht kwijtraken betekent voor een grote groep rijkdommen verliezen.

Dus al verwijder je Khamenei, zijn kliek is er nog steeds en kiest gewoon een nieuwe geestelijk leider. Zelfs het leger en de basiji-milities zijn onderdeel van de economische macht, en zullen hun positie met hand en tand verdedigen. Al lijken er voorzichtig aanwijzingen te zijn dat er ook binnen het leger verzet is tegen de geestelijke leiding.

En dat er daarom Arabisch-sprekende militieleden zijn ingezet, wellicht leden van (de Libanese) Hezbollah. Of van Iraakse sjiitische milities – al zeggen mijn bronnen in Irak dat Bagdad het risico om betrokken te raken in Iran en Trumps woede over zich af te roepen niet zal willen lopen.

Bazari’s

Van groot belang voor het slagen van een opstand in Iran is de positie van de bazari’s, de winkeliers, de handelaren. Met hen begon het zelfs deze keer, vanwege de sterk verslechterende positie van de Iraanse munt, de toman. Het regime heeft hen inmiddels een maandelijks bedrag ter compensatie aangeboden, om te proberen hen weer aan haar zijde te krijgen.

Tegelijkertijd kan je ervan uitgaan dat een deel van de leiders in contact is met buitenlandse veiligheidsdiensten om zichzelf tijdig in veiligheid te kunnen brengen. Daarmee neemt ook het wantrouwen binnen het regime toe: wie zijn dat?  Interne rot is wellicht het enige dat dit systeem echt onderuit kan halen.

Iran is geen Venezuela; al is ook daar het afsnijden van de kop van de slang vermoedelijk niet voldoende. Daar is niet alleen de relatie met Cuba, dat het regime beschermde (en Maduro zelf), er is ook een relatie met Iran. Iraanse inlichtingen, wapens en geld hielden Maduro in positie, met hulp van milities zoals Hezbollah.

Een van de doelen die de VS bij hun bombardementen van 3 januari hebben geraakt zou een fabriek zijn waar Hezbollah drones zou samenstellen – naar Iraans ontwerp en wellicht uit Iraanse onderdelen.

Aanval

Inmiddels lijkt een nieuwe Amerikaans-Israëlische aanval op Iran voor de deur te staan. Het Israëlische kabinet heeft daartoe besloten, en Amerika treft allerlei militaire voorbereidingen die daarop wijzen. De Iraniërs houden er lange, bezorgde vergaderingen over.

Terwijl het geweld tegen de demonstranten aanhoudt (met zelfs een aanval op een ziekenhuis waar gewonde betogers werden verpleegd) zullen de beelden uit Venezuela en New York het Iraanse regime wel degelijk angst aanjagen. Maduro’s ontvoering, de manier waarop hij in een busje met de deuren open door de straten van New York werd geparadeerd, zijn voorgeleiding voor de rechtbank. Geen Iraanse leider wil in een dergelijke positie terechtkomen.

Veel Iraniërs kijken reikhalzend uit naar buitenlandse hulp voor hun opstand. Daarmee lijkt de vraag over de rechtmatigheid van een Amerikaanse aanval alleen nog op de achtergrond te spelen. Vragen als: welk recht hebben de VS eigenlijk om leiders als Madura en Khamenei te ontvoeren – hoe corrupt en gewelddadig ze ook zijn? En welk recht om in Venezuela en Iran militaire doelen aan te vallen – zonder een oorlogsverklaring of een uitspraak van de VN?

Het zijn vragen die ertoe doen. Want als dit soort activiteiten die in feite in strijd zijn met (in ieder geval de letter van) het internationale recht zomaar ongestraft kunnen gebeuren, dan zijn er nog wel een paar andere kandidaten voor verwijdering uit hun positie. Het is niet wat de demonstranten in Iran en hun aanhangers in de diaspora willen horen, of de tegenstanders van Maduro. Maar als de VS dit zomaar mogen doen, waarom anderen dan niet? Alleen daarom al, doet het internationaal recht ertoe.

 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen. Als veel lezers dit doen, kan ik artikelen blijven schrijven over het Midden-Oosten.

Mijn gekozen waardering € -
Judit Neurink
Judit Neurink is journalist en auteur, en schrijft over Irak en het Midden-Oosten